Het tentoonstellingsproject Middle Gate II Het verhaal van Dimpna is een samenwerking tussen het M HKA, Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen, en cultuurcentrum de Werft in Geel. Middle Gate II is het vervolg op de tentoonstelling Middle Gate van Jan Hoet in Geel in 2013. Het concept van de tentoonstelling is nauw verweven met de legende van de heilige Dimpna, de patrones van de bezetenen en geesteszieken, en de beschermheilige tegen epilepsie en krankzinnigheid. De legende van Dimpna is sterk verbonden met de identiteit van de stad Geel, “de barmhartige stede”.

Hugo Roelandt

(c)Estate Hugo Roelandt
Als u precies doet wat wij zeggen (of niet zo precies) dan maakt u zelf het stuk / If you do exactly (or not exactly) what we tell you to do, you create your own performance, 1978
Performance

"REFUSING TO PERFORM: the public creates its own piece according to (or not according to) the rules set out by the performer." - Hugo Roelandt

< 'International Performance Festival', Beursschouwburg, Brussel, Oktober 1977

Als u precies doet wat wij zeggen (of niet zo precies), dan maakt u zelf het stuk gaat in première op de slotdag van het Performance Art Festival (curator: Roger D’Hondt) in de Beursschouwburg in Brussel op zondag 15 oktober 1978. Hugo Roelandt beschrijft hoe de performance werd opgevat en wat zijn bedoelingen ermee zijn in een interview in Vooruit: ‘Reeds aan de ingang wil ik het publiek interesseren, zodanig dat het geen theaterpubliek meer is dat in zijn zetel gaat zitten en afwacht wat er gebeurt.’ In de Beurs zal dat zo gaan: de bezoeker stopt een ponsbandje in een telex en daar ratelen een aantal instructies uit. Ondertussen trekt Hugo Roelandt via katrollen een stuk of acht muzikanten omhoog. Die zweven dus boven de scène. Op ieder van hen is een schijnwerper gericht. Uit de instructies weet de bezoeker dat de muzikant begint te spelen als de lichtbundel door iemand uit het publiek onderbroken wordt. De muziek stopt als men niet langer de straal blokkeert. Roelandt: ‘Zoals men een wasmachine aan en afzet. Het muziekstuk wordt dus niet door mij gecreëerd en evenmin door de muzikanten, maar het is het publiek dat de kans krijgt om te spelen. Er zijn afspraken gemaakt, er kan samenspel ontstaan. Een dialoog tussen de bezoekers. Natuurlijk zal dat niet de eerste keer lukken. In een cultuur waar de mensen naast elkaar leven kan dat niet, hè. Als ze nu een keer de kans krijgen om het anders te doen zal daar niet direct een symfonie uitkomen. Maar indien alle concerten zo zouden zijn, dan zouden er na een jaar de prachtigste stukken gespeeld worden door het publiek. Nu is het in theater, film, televisie, publiciteit, onderwijs, politiek… niets anders dan: luisteren en zwijgen. Ge moet altijd zwijgen (…) Te veel mensen zwijgen. Ze worden op al die terreinen zo overrompeld dat ze er niet meer aan denken iets te zeggen.’ De performance van Roelandt zal ten einde zijn wanneer één van de muzikanten met een enorme knal zijn gitaar naar beneden zal laten donderen. ‘Dan gaan alle lampen branden […] en wordt er gewoon licht gecreëerd.’
– Interview met Pol Moyaert in Vooruit, 3 oktober 1978

(Uittreksels uit Hugo Roelandt: Let's Expand The Sky, red. Marc Holthof, Occasional Papers, Londen, 2016)