Het tentoonstellingsproject Middle Gate II Het verhaal van Dimpna is een samenwerking tussen het M HKA, Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen, en cultuurcentrum de Werft in Geel. Middle Gate II is het vervolg op de tentoonstelling Middle Gate van Jan Hoet in Geel in 2013. Het concept van de tentoonstelling is nauw verweven met de legende van de heilige Dimpna, de patrones van de bezetenen en geesteszieken, en de beschermheilige tegen epilepsie en krankzinnigheid. De legende van Dimpna is sterk verbonden met de identiteit van de stad Geel, “de barmhartige stede”.

Hugo Roelandt

(c)Estate Hugo Roelandt
Post Performance Project 1, 1980
Performance

"The first POST-performance-project. A dialogue between MECHANICAL DEVICES (a taperecorder and a phone-answering machine) replaces the action of the performer (he sits by and listens)." (Hugo Roelandt)

< King Kong, Antwerp, mei 1980

< ICC, Antwerp

< 'Echelle A', Plan K., Brussels, 1981

Hugo Roelandt en Paul Geladi bedenken Post Performance 1 als reactie op de institutionalisering van Performance Art. Ze protesteren tegen het opleggen van impliciete ‘regels’ in performance die de mogelijkheden eigen aan het medium beperken. Bijvoorbeeld de aanwezigheid van de kunstenaar, de eenheid van tijd en plaats, de rol die het lichaam van de performer kreeg enz. worden zonder meer aanvaard en verwacht door het publiek. Performance Art wordt gereduceerd tot een van de vele genres van artistieke activiteit. Deze regels worden doorbroken in Post Performance 1. De fysieke aanwezigheid van de kunstenaar beperkt zichzelf tot het zitten en luisteren naar zijn eigen stem, op een bandopnemer, in conversatie met een andere bandopnemer. De voorbereiding van het stuk krijgt veel meer aandacht. Tijdens de performance zelf nemen de machines het over. Deze verschuiving van de aandacht is het startpunt, maar tegelijk ook het onderwerp van Post Performance 1. In dialoog met Geladi tracht Roelandt een praktische vorm te vinden voor zijn verwerpen van de traditionele geplogendheden van performance. Deze gesprekken worden opgenomen, de dialoog gestructureerd [in een try-out: Het eerste telefoongesprek] en dit leidt tot de uiteindelijke bandopname. Tijdens de performance merkt de kijker hoe de installatie die hij voor zich ziet langzaam ontstaat uit de tekst waarin het ontstaan van het project verteld wordt. Een tafel met drie stoelen. Een voor de performer, de andere staan voor een bandopnemer en een telefoon. Er zijn drie bureaulampen en drie microfoons. De 2 bandopnemers praten met mekaar. De kunstenaar is aanwezig, maar overbodig. Het project onderzoekt de dialoog tussen twee personen. De communicatie gaat vooruit, maar op discontinue manier. Een banale conversatie wordt door middel van moderne opname apparatuur veranderd in een duidelijke dialoog. Dat geeft de toeschouwer de gelegenheid te reflecteren over zijn eigen denkprocessen en hun expressie.

(Uittreksels uit Hugo Roelandt: Let's Expand The Sky, red. Marc Holthof, Occasional Papers, Londen, 2016)